Hoe meer ik hoor en lees over de aanslag in Parijs, des te minder ik weet wat er over te zeggen. De eerste woorden moeten natuurlijk altijd zijn dat het verschrikkelijk is en dat ook ik tegen geweld ben. Maar in feite zeg ik dan alleen, dat ik behoor tot de categorie redelijke mensen die dit soort dingen nooit zal doen; ik behoor niet tot het een of ander kamp van fanatiekelingen, met mij valt te praten. Oftewel ik zeg niet zozeer iets over wat er is gebeurd, maar wat mijn positie is in deze gebeurtenis. Ik definieer dus mezelf.
En deze definiĆ«ringen, daar gaat het steeds weer om. Met het ‘Je suis Charlie’, zeg je niet anders dan dat je tot dezelfde groep behoort als die van de vermoorde mensen van het tijdschrift Charlie Hebdo, dat doen ook mensen die nog nooit van het tijdschrift hebben gehoord. Bijna niemand is het eens over wat vrije meningsuiting precies zou moeten inhouden, maar redelijke mensen, democratische mensen zijn er voor en fanatieke religieuzen zijn er tegen.
Er wordt weinig geanalyseerd, er wordt vooral gedefinieerd; wie staat waar, wat zijn de posities, hoe lopen de hazen… Wie behoort tot welk kamp. Dat lijkt, in veel praatjes en schrijven die ik hoor en lees, waar het om draait. Dat lijkt het enige wat men echt wil weten. Immers, zo gauw we weten wie tot welk kamp behoort, weten we iemands agenda. We willen van iedereen horen welke positie hij of zij inneemt, tot welke groep hij of zij hoort. We eisen transparantie. Niet alleen van de overheden, de banken en multinationals, maar ook van eenieder individuele leven. We geloven dat wanneer er transparantie is, we de zaken ook kunnen plaatsen en er grip op kunnen krijgen.
De hele wereld moet transparant.
Maar totale transparantie is, lijkt mij geen oplossing.
Totale transparantie leidt slechts tot een onnoemelijke hoeveelheid informatie. Informatie zonder duiding is geen kennis. En zonder evenwichtige duiding is er geen wijsheid. Maar wat maakt duiding evenwichtig…?
We zijn allemaal bevooroordeeld, dus zullen daar we allemaal wel een ander antwoord op hebben, denk ik.

Een discussie die meer op de achtergrond plaatsvindt is of al deze spanningen nu te maken hebben met een identiteitsstrijd of met een ideologiestrijd die gevoerd wordt in een wereld die in transitie is. Die discussie vind ik persoonlijk een heel interessante.
Daar kom ik later op terug.