Tja, afgewezen.
Ik kom niet in aanmerking voor de subsidie.
Het project is te didactisch, te weinig beeldend onderzoek, zo zegt de commissie in een allervriendelijkste afwijzingsbrief.

Hieronder heb ik mijn falende aanvraag staan. Een aantal onderdelen heb ik eruit gehaald, zoals de technische en financiële kanten, en waar en hoe ik het resultaat wilde tonen.

Ik wil het project, wat ik samen met Hanne Clausen doe, toch realiseren. Maar het probleem is nu wel dat we nog meer moeten gaan woekeren met tijd en geld…

hierbij:

Samenvatting O & O November 2015

Werktitel: Filosofie uit blik.

Inhoudelijke samenvatting:

We weten het
allemaal; onze maatschappij is op allerlei gebieden en niveaus in transitie.

Grote
fundamentele veranderingen kloppen aan ieders deur, van klimaatverandering tot
vluchtelingenstroom. Maar hoe kunnen wij als onbetekenende individuen hier
antwoorden op formuleren? We worden overspoeld met informatie, maar kunnen er
geen kennis van maken.

We verliezen grip
en zin. Het is gewoonweg te veel. We verliezen betekenis en verzuipen.

Deze inzichten
nopen tot onderzoek en leiden tot het stellen van vragen

Positie kunstenaar

Ook en wat mij
betreft vooral, vragen aan de kunstenaar.

Kan ik als kunstenaar
hier een reddingslijn uitgooien, of ben ook ik gewoonweg aan het verzuipen?

Wat zijn de
posities die je als kunstenaar kan innemen ten opzichte van een wereld in
transitie?

Kan ik meer dan
het verzuipen zelf verbeelden, of daarvoor waarschuwen? (alsof we dat zelf nog
niet voldoende zouden ervaren als burger) Of ontken ik als kunstenaar hier een
taak te hebben en ga ik, losgezongen van welke wereldontwikkeling dan ook
lekker autonoom door in mijn atelier? (alsof we nog niet genoeg
individualiserende zelfrealisatie hebben) Of kan de kunstenaar wellicht een
zinvolle bijdrage leveren, een reddingsboei, een kompas, een grond, of een
richting aanbieden en, door het genereren van mogelijkheidsvoorwaarden, de
burger in staat te stellen om zelf opnieuw betekenis te scheppen.

Ik ben tot de
overtuiging gekomen dat de kunst hier een taak heeft en ik wil onderzoeken of
ik met behulp van een voor mij nieuw medium en een andere combinatie van kunst
en filosofie kan komen tot het bieden van een basisinstrumentarium waarmee we
zelf kunnen leren navigeren in de
ongelooflijke informatiestroom die bij onze wereld in transitie loskomt, zodat
we in staat zijn de op zich betekenisloze informatie om te zetten in kennis en
begrip.

Beeldend onderzoek

Ik wil gaan
onderzoeken of het mogelijk is om vanuit het paradigma van de kunst een
gereedschapskist te ontwikkelen in de vorm van basisbegrippen die ten grondslag
liggen aan ons denken. Ik onderzoek daarbij zowel inhoud, ( welke filosofen
brengen op welke wijze, welke betekenisgevers) als vorm.(bv. hoe verbind ik
verschillende animaties en werkelijke situaties en omgevingen op de meest
sprekende wijze) Deze basisbegrippen wil ik in een aansprekende beeldtaal op
een zo breed mogelijke wijze verspreiden. (in galeries, kunstbeurzen,
filmfestivals, TV, Internet, sociale media)

Ik combineer op
een verhalende wijze de filosofie en de beeldende kunst in het medium film.

Het daadwerkelijke
product zal een drietal korte filmpjes zijn van elk ongeveer 10 minuten die
gezamenlijk de mogelijkheidsvoorwaarde creëren om het denken uit te rusten met
betekenisgevers.

Speciaal voor de
aanvraag van deze subsidie heb ik de laatste maanden een aantal eerste korte onderzoekende
filmschetsen gemaakt om zowel een inzicht als een beeld te geven aan de commissieleden
van O&O in de stappen die ik in deze zoektocht wil zetten.

————————————————————————————————
Tot zover de samenvatting.
Het werk waarvoor we subsidie aanvroegen is afgewezen. Een eerste filmpje wat we als eerste verkenning, zonder geld maakten was het volgende. Gebaseerd op de ideeënzoals in de aanvraag, maar weer net wat anders:

https://youtu.be/iCMOFhac3OI

o
nze onderbouwing in de subsidieaanvraag ging als volgt:
————————————————————————————————

AANVRAAG O&O
SUBSIDIE

WERKTITEL PROJECT: FILOSOFIE UIT BLIK.

Persoonlijke overwegingen

Soms gebeuren er
dingen in het leven die een onverwachte wending te weeg brengen. Die
onverwachte wendingen kunnen door persoonlijke dan wel maatschappelijke crises
ontstaan. Hoe dan ook, ik kroop na 20 jaar praktijk als beeldend kunstenaar,
achter de collegebanken van de EUR om filosofie te studeren. De beeldende kunst
moest even op halve kracht. Toen ik in 2014 afstudeerde volgde een explosie van
opgepotte creativiteit, die samenging met een herijking van mijn
kunstenaarschap. Zoals Socrates zich zag als een vroedvrouw van bewuste kennis,
zo zag ik nu de filosofie als vroedvrouw van de moderne kunst en mijn vijfjarig
verblijf op de filosofie-faculteit heeft dan ook geleid tot een nieuwe kijk op
mijn kunstenaarschap. Het integratieproces van filosofie en beeldende kunst is
vooral na de studie tot bloei gekomen. Het is daarom wellicht niet vreemd dat
ik een aanvraag doe bij de O&O-subsidie. Onderzoek en ontwikkeling zijn op
dit moment in mijn kunstenaarschap sleutelbegrippen. Ik hoop dat de
commissieleden dit proces ook zien en erkennen. In de onderstaande tekst en
meegestuurde dvd wil ik zowel proces als doel van het project tonen.

De achtergrond op de voorgrond.

“Il n`y a pas de hors-texte.”

Er is niets buiten de tekst, is een vaak slecht begrepen
uitspraak van Derrida. Hoewel ook Derrida’s populariteit met zijn dood in 2004 begraven
lijkt, wil ik hem hier minstens een tweede blik gunnen. De bovenstaande
uitspraak van Derrida kan wat mij betreft ook gelezen worden als, Alles is context. En met die vertaling
kan ik goed uit de voeten.

Ten eerste omdat
het iets doet met mijn positionering als kunstenaar, immers, wanneer je deze
uitspraak volgt sneuvelt als eerste de radicale autonomie. Autonomie kan dan
immers nog slechts bestaan binnen een context. Autonomie wordt zo een
paradoxaal begrip.

Dit inzicht is
een van de motivatoren om de muren tussen kunstwereld en de ‘echte’ wereld verregaand
af te breken en, weliswaar met het instrumentarium van de kunst, me te gaan
richten op de basisproblematiek van de echte wereld.

Ten tweede omdat,
als alles context is, dan genereert context ook betekenis. Zo gauw de context
verandert, verandert dus ook de betekenis van iets. Hier ligt nu het probleem
dat ik wil onderzoeken

‘There is something rotten in the
state of Denmark’

Wat is eigenlijk
de context waarin de hedendaagse mens leeft? Is er wel één context, of stapelen
de contexten zich op. Het lijkt er op alsof we langs alle kanten onder vuur
liggen, niet alleen omdat de wereld aan de vooravond van (danwel midden in)
allerlei transities staat, van klimaatverandering, globale
machtsverschuivingen, energietransities tot vluchtelingenproblematieken etc.
maar daarbij komen ook grote hoeveelheden informatiestromen op ons af, die
ongeduid blijven. Er ontstaan vele perspectieven die ons bestoken en strijden
om waardering, maar zonder een goed instrumentarium zijn we niet meer in staat
de informatiestroom te betekenen en zo zin te geven. Kortom, de tijden zijn
verwarrend en wij worden verward.

Ik weet het, het
zijn open deuren, maar om open deuren komen we niet heen, want alle deuren
staan open. Letterlijk niets blijft achter gesloten deuren, niets blijft een
opgesloten geheim. Alle informatie ligt op straat. Maar eigenlijk weten we niets.

‘Ik weet dat ik niets weet’

Socrates werd nog
als wijste man van Griekenland geduid door Delphi, omdat hij de enige was die
wist dat hij niets wist. In onze moderne samenleving en kennis-economie komen
we daar niet meer mee weg. Informatie omzetten in kennis en begrip is voor ons
overleven cruciaal.

Maar er is zoveel
informatie, zoveel data, dat we er gewoonweg in verzuipen. De kans om alle
informatie om te zetten in kennis lijkt voorgoed verkeken; er is simpelweg te
veel. We weten in ieder

geval niet hoe
het te verwerken, of zelfs waar te beginnen. En wanneer we slechts informatie
maar geen kennis meer hebben over de wereld waarin we leven, begrijpen we die wereld
niet meer. We verdwalen dan in ons eigen leven en in onze eigen wereld. We worden
angstig, wij voelen ons verweesd, verward, vermoeid, verbitterd of verzuurd. Uit
pure frustratie roepen we maar een mening, we weten dat deze mening weinig tot
niks waard is, maar het alles wat we hebben. Daarom zetten we onze mening nog
wat steviger weg, in de veronderstelling dat ze zo meer waarde krijgt. Zo
creëren we een negatieve omgeving, immers meningen die ontstaan vanuit onbegrip,
angst of verzuring, klinken zelden feestelijk: Kunst is dood. Democratie is dood. Politiek is dood. Het boek is
dood. De TV is dood. Het financiële
systeem is dood. Banken zijn fout. Winkels zijn achterhaald. Het klimaat is op
hol. Onze idealen zijn failliet. Iedereen is een zakkenvuller en ik word steeds
weer genaaid. O, ja; en de kunstwereld is een
subsidievretende hobby van links.

Ach, het houdt
niet op.

Het lijkt mij
duidelijk dat dit soort gedachten, die ontstaan uit een veelheid van
onverwerkte flarden van informatie en een totaal gebrek aan kennis en
overzicht, niet zullen leiden tot een nieuw elan, een gezamenlijk de schouders
eronder zetten, of het ontwikkelen van een vruchtbaar handelen.

Over gelukkig of
tevreden zijn hoef ik het dan al niet meer te hebben.

Hoe kan je hier
nog een positieve draai aan geven? Zo vraag ik me als kunstenaar af. De enorme
stroom aan informatie houdt niet meer op, golven worden eerder elke dag nog
massiever.

Wat we doen, ook
wat de media doen, is reageren op alle actualiteit, door er zo dicht mogelijk
op te gaan zitten. Het gevolg is dat de wereld in een ADHD modus komt te staan,
met elke avond een nieuwe zetpil van DWDD, die alle nieuws, wetenschap, kunst
en cultuur terugbrengt tot maximaal 30-seconde bites. Niet zoeken naar
verdieping of naar een vertraging, maar het upgraden van de snelheid en
veelheid is het populaire antwoord op de groeiende informatiestroomverwerking.

Maar is dat ook
een oplossing die op langere termijn werkt?

Ik geloof daar
niet in. Ik voorzie slechts een tweedeling tussen zij die kunnen versnellen en
zij die daar niet toe in staat zijn. En naarmate de informatiegolven toenemen,
zal de eerste groep kleiner en meer elitair worden. Ik vind dat geen prettig
idee.

Kunst en filosofie: Brothers in Arms

We zouden
allemaal in staat moeten worden gesteld om in deze woelige tijd informatie om
te zetten in kennis. Ik denk dat het domein van de kunst hiervoor de tools kan
ontwikkelen. Kunst als een superieure weg naar de waarheid, was al een stelling
die de Romantici aanhingen.

Ik denk echter dat
we de kunst en de filosofie, als een ervaren en een denken daarover, opnieuw
moeten combineren om zo een gereedschap te maken dat ons helpt om feitelijke
informatie om te zetten in zinvolle begrippen. Een gereedschap dat direct
communiceert door de vorm waarin het wordt gepresenteerd. Daarvoor moeten we
ons (bijna als in een Kantiaanse gedachte) eerder richten op hóe wij denken, hóe
onze gedachten zich vormen.

Hoe begrip ontstaat,
hoe zinvolheid wordt gecreëerd uit al die, op zich, betekenisloze
informatiestromen, daar wil ik me op richten. Ik wil terug naar de basis van
het denken, naar hoe wij verhalen en beelden maken die ons begrip en zin geven.
Het gaat mij om het ontwikkelen van betekenisvolle verhalen. Verhalen, oftewel
contexten, die ons dankzij zuiverende basisconcepten helpen om de wereld weer
te begrijpen. Om het leven weer een zin te geven, een richting met overtuiging.

Het wordt tijd de
basisconcepten van ons denken op te graven en die opnieuw helder en duidelijk
te presenteren als handvatten voor deze tijd. Wat ik wil is een selfhelpkit ontwikkelen voor mensen die
verdwalen in het woud van informatie, zodat ze zelf leren sturen en zo zich een
weg kunnen banen en uit informatie kennis kunnen genereren. De vorm die ik
hiervoor nodig heb is daarbij van cruciaal belang. Daar ligt het onderzoek naar de vorm van dit
project. Communicatie naar de wereld buiten de kunstwereld is daarbij een
sleutelwoord.

Verwarring zaaien of betekenis geven?

Wanneer een
cultuur in crisis verkeert en de spelregels ambivalentie vertonen, zal de kunst
als afspiegeling van die crisis eerder in problemen komen dan oplossingen aandragen,
schreef ik een jaar geleden in mijn
afstudeerscriptie voor filosofie. Kunstenaars doen niet anders dan hun tijd
verbeelden. En waarom zouden zij, alleen vanwege het feit dat zij een beeldtaal
gebruiken, de wereld zoals die draait beter begrijpen? Die zekerheid is er
niet. De Graeve heeft het in zijn boek Gilles
Deleuze en het materialisme
zelfs over ‘de spectaculaire intocht van de
kunst in de vereenzaming, het egoisme en in de onbenulligheid’.

Maar ook; waarom
zou kunst ‘verwarring zaaien’ als core-business moeten hebben? Verwarring is
wat iedereen al dagelijks ervaart. Zou de kunst zich niet beter bezig houden
met waar we allemaal naar smachten? Onze nihilistische wereld vraagt niet om
nog meer verwarring, ze smacht naar een invulling. Waarom geen grond en begrip
aanreiken, betekenis en zin geven?

Mijn overtuiging
is dat het de hoogste tijd is voor de kunst om zich te concentreren op het
communiceren van betekenisgevers.

Het koppelen van
betekenisgevers aan zij die betekenis zoeken. Want is dat niet waar het in de
kunst om zou moeten gaan? Om het tonen van zin?

Het medium dat
daar het meest geschikt voor is, hier en nu, lijkt mij de film.

Zin tonen via
film waarin ook gebruik gemaakt wordt van animaties, een verhaallijn,
metafysica, archetypes, etc. Daar zie ik kansen, en die kansen wil ik onderzoeken.

Een vraag voor
mij is, hoe toon ik een betekenisgever
op een wijze die voor iedereen communiceert, die zich niet richting
entertainment ontwikkelt, maar die zich ook niet terugtrekt in de exclusiviteit
van de ivoren toren. In de praktijk immers, blijkt een functioneel samengaan van High en Low Culture toch vaak lastig, getuige de groeiende tweespalt in de
maatschappij. De haves en de have not’s van nu en zeker die van de toekomst,
laten zich steeds vaker indelen in de categorieën van degene die de informatie
nog wel en degene die deze niet meer kunnen omzetten in kennis.

Peter Bastiaanssen